Spreker: Dhr. Paul De Cloet van de Geschiedkundige Uitgeverij
Voorafinschrijving: noodzakelijk via info@familiekundedeinze.be of claude@gekiere.com – liefst vóór 05-03-2026 – beperking tot 35 deelnemers
De laatste jaren, zelfs decennia, kennen we nog nauwelijks winters met echt strenge vorst gedurende langere perioden. Dat was vroeger wel anders. Toen kwamen regelmatig winters voor waarbij het maandenlang vroor dat het kraakte en zelfs de wintergranen op de velden bevroren.

Zoiets had gevolgen voor de voedselbevoorrading: Van voedselschaarste tot hongersnood.
Hoe ging de mens daar toen mee om en waar vinden we daarover informatie? Er zijn links en rechts notities bekend, maar er zijn ook mensen die er werk hebben van gemaakt die notities te verzamelen en ons zo een overzicht kunnen bieden van de vroegere weersomstandigheden.
Wanneer we weten in welke jaren een extreme winter voorkwam kan dat ons een verklaring geven waarom er meer sterfgevallen waren in een gezin van onze voorouders. Met dergelijke gegevens komt een familiegeschiedenis meer tot leven.
Deze voordracht begint me een algemeen overzicht van het klimaat van de laatste 2000 jaar in onze streken. Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan het Middeleeuws klimaatoptimum en aan de “kleine ijstijd”.
Vervolgens geeft de spreker enkele markante feiten weer uit strenge winters van de vierde tot de twintigste eeuw. Wolven te Gent, met paard en wagen over de Schelde rijden te Antwerpen, het wordt allemaal besproken.
Er wordt ook aandacht gegeven aan wat de mensen aten tijdens de winter en hoe ze zich verwarmden. Zelfs in parochieregisters worden, benevens dopen, huwelijken en begrafenissen door de pastoors ook extreme winters genoteerd.
Spreker: Dhr. Claude Gekiere, voorzitter Familiekunde Deinze
Voorafinschrijving: noodzakelijk via info@familiekundedeinze.be of claude@gekiere.com
liefst vóór 05-05-2026 – beperking tot 35 deelnemers
Inkom: leden Familiekunde: gratis – anderen: 5€

Heb je last vanziekenhuisangst? Wees maar blij dat je nú leeft. Wie in de 17de eeuw wat mankeerde, ging naar de chirurgijn. Zijn messen, tangen en zagen waren niet steriel en verdoving ontbrak !
De chirurgijn was een medisch behandelaar in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd. Het vak van chirurgijn kwam voort uit het werk van de barbier, en hield zich vooral bezig met zaken waarbij bloed te voorschijn kwam, dit in tegenstelling tot de universitair opgeleide artsen, die zich met interne geneeskunde bezighielden.
Het werk van de chirurgijn ontwikkelde zich daarna tot de moderne chirurgie.
Opleidingen, gildes, meestersbrieven, VOC, bevallingen, de verdiensten, en zo meer zijn elementen die aan bod komen tijdens de voordracht met powerpoint-voorstelling.
